Meer inzet goede doelen voor allochtoon personeel nodig
(27 januari 2010)
Goede doelen moeten zich meer op werknemers met een migratie achtergrond gaan richten. Dat stelt de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF op basis van een onafhankelijk onderzoek onder 40 goede doelen uitgevoerd door Ewa Szepietowska (MSc) onder leiding van professor Halleh Ghorashi van de Vrije Universiteit Amsterdam. De meeste organisaties onderkennen de toegevoegde waarde van personeel met een migratieachtergrond. Vaak ontbreekt het echter aan beleid om allochtonen binnen te halen en binnen te houden. Van de 40 organisaties hebben er 10 formeel een diversiteitsbeleid. Het is voor het eerst dat de diversiteit onder Nederlandse ideele organisaties in kaart is gebracht.
Over het algemeen onderkennen goede doelen de waarde van diversiteit, zo blijkt uit het rapport ‘Diversiteit is meer dan kleur in organisatie’. Van de onderzochte stichtingen en verenigingen geeft 15 procent aan dat diversiteit een zeer belangrijke rol binnen de organisatie speelt. Van de goede doelen noemt 37,5 procent het onderwerp belangrijk en 27,5 procent stelt dat diversiteit een beetje belangrijk is. Opvallend is dat 17,5 procent van de onderzochte organisaties diversiteit helemaal niet als belangrijk ziet.
Organisaties in de sector welzijn en cultuur en in de internationale hulp blijken veel meer belang aan een gemengd personeelsbestand te hechten dan gezondheidsorganisaties en organisaties in de sector natuur en milieu. Zo zegt de helft van de organisaties in de laatstgenoemde sector dat diversiteit niet van belang is voor ze. Mede door het ontbreken van concreet beleid heeft 10 procent van de onderzochte goede doelen geen allochtonen in dienst. Bij het grootste deel van de organisaties, namelijk bij 37,5 procent, is minder dan 5 procent van het personeel van buitenlandse komaf. Het gaat daarbij om westerse en niet-westerse allochtonen.
Voor 30 procent van de ideele organisaties is het percentage allochtonen onder het personeel tussen de 5 en 15 procent. Verder heeft 20 procent tussen de 15 en 30 procent allochtonen in dienst. Opvallend is dat in 80 procent van de organisaties in de sector gezondheid geen mensen van buitenlandse komaf werken. Verder blijken allochtone werknemers vaak op de lagere niveaus in de organisatie te werken. Zo heeft bijna 60 procent van de onderzochte goede doelen geen leidinggevenden van buitenlandse afkomst in dienst. Verder heeft 80 procent een geheel autochtone directie.
Als reden voor het lage aandeel allochtonen in de organisatie geeft 20 procent van de goede doelen aan dat er te weinig goed gekwalificeerde allochtonen zijn. Nog eens 30 procent van de onderzochte organisaties deelt dat oordeel enigszins. Volgens directeur Kees Bleichrodt van het UAF kent Nederland echter genoeg allochtoon talent, onder wie veel voormalige vluchtelingen.
De stichting treedt met de VFI brancheorganisatie van goede doelen in overleg om het thema van diversiteit nadrukkelijker op de agenda te zetten om zo meer mensen met een migratieachtergrond bij ideele organisaties te laten instromen. De onderzoeksresultaten zijn tijdens een door de VFI georganiseerde bijeenkomst over diversiteit gepresenteerd.
Het rapport is te downloaden op de website van het UAF:
Diversiteit is meer dan kleur in organisatie
De Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF
Het UAF ondersteunt talentvolle vluchtelingen bij hun studie en het vinden van werk. Jaarlijks krijgen ruim 2.100 studenten geld en begeleiding van de stichting. Daarnaast helpt het UAF circa 500 vluchtelingen bij het vinden van werk op niveau. Onderwijs en werk is voor vluchtelingen de sleutel tot succesvolle inburgering.
Het UAF is een particuliere fondsenwervende organisatie met het CBF-keurmerk onder voorzitterschap van Ruud Lubbers. Het werk van het UAF wordt vooral mogelijk gemaakt dankzij de bijdrage van ruim 25.000 donateurs en instellingen.